Ziek zijn is een reis

Als de gezonde mens ziek wordt, komt deze vanzelf in het circuit van de gezondheidszorg terecht. Dat kan een lastige ervaring zijn. Dat kan een lastig traject zijn. Dat kan een lastige reis zijn. Je dient de stuurknuppel van een deel van je leven uit handen te geven. Je kijkt door het vliegtuigraam naar buiten en je hoopt dat de piloot je succesvol naar de bestemming brengt. Er ontstaat, met andere woorden een andere locus of control. De richting wordt bepaald door de piloot in de cockpit. Dat is natuurlijk niet het hele verhaal. Je houdt ook zelf controle over de richting waarin je gaat. Je kunt immers zelf kiezen voor welke bestemming je een kaartje koopt. Je bepaalt zelf in welk vliegtuig je stapt. Het gezegde is vaak dat we ons overgeven aan de andere. Nou. Dat is dus niet het geval. Dat is slechts een deel van het ware verhaal. Je kunt ook kiezen om op een andere manier de reis te maken. Je neemt de auto, je neemt de trein, je neemt de bus.

We houden dus wel zelf de regie in de hand. We bepalen zelf onze keuzes. Natuurlijk kunnen we ons laten helpen met advies. Waar kan de reis het beste heen gaan? Welke bestemming past het best bij je? Hoe wil je de reis invullen? Actief, passief. Lekker lui of heel sportief? Dichtbij of heel ver weg? Binnenland of buitenland? De invulling van de reis wordt voor een deel ook bepaald door de bagage die je meedraagt in je rugzak of je koffer. Is je bagage afgestemd op de reis en de bestemming? De een heeft de juiste bagage bij zich, de ander moet zich gedurende de reis aanpassen. Soms zie je zelf door de bomen het bos niet meer. Omdat de reis teveel van je aandacht opslokt, omdat je te gespannen bent, omdat je niet goed uitgerust bent. Uitgerust zoals bij vermoeidheid. Ik bedoel niet uitgerust zoals in de betekenis van spullen bij je hebben. Dat hebben we al eerder behandeld.

Gedurende de reis zie je niet waar je naartoe gaat. De bestemming is dan nog even heel abstract. Dan is het fijn als je op een kaart of beeldscherm kunt zien waar je je bevindt. Dat geeft houvast, dat geeft vertrouwen, dat geeft betekenis. De reis kan soms ook langer duren dan gehoopt. Dat maakt het soms lastig. Dat vergt geduld, van jezelf en van degenen die met je mee reizen. Tegenwind, donkere wolken, mist, storm en regen. Dan is het moeilijk. Dan gaat de reis gewoon door, maar in een ander tempo. Tot de wind in de zeilen komt, de straalstroom dezelfde kant op staat, opklaringen ontstaan. Dan besef je dat een reis ook met ups en downs gaat. Soms met vertraging en soms met wat voorsprong op het schema. Dat is normaal, dat hoort erbij.

Maar er komt een moment waarop je je bestemming zult bereiken. Je ontdekt nieuwe mensen, nieuwe omgevingen, andere gewoonten. Je wordt getriggerd om met andere ogen te kijken naar de situatie net voor het begin van de reis. De situatie van jezelf, de situatie thuis, de situatie op je werk. Dat is leerzaam, maar bij tijd en wijle ook moeilijk. Toch brengt het je naar een nieuwe bestemming en vervolgens weer terug naar huis. Met een koffer vol ervaringen, met een rugzak met een frisse blik, met een tas vol vuile was. Die wassen we weer schoon om weer over te gaan naar het leven van alle dag, naar de reis die gedurende een periode een andere wending nam dan verwacht. We halen de labels van de koffers en we beginnen aan de volgende reis. Met een nieuwe bestemming, een anders gevulde rugzak en een nieuwe stip op de horizon. Goeie reis.